Bericht


Peilen in Amerika

New York Times, 19 september 2012

Er wordt in Nederland heel wat afgepeild, maar ook de Amerikanen kunnen er wat van, zeker in deze periode voor de presidentsverkiezingen. En dan zie je niet alleen polls op nationaal niveau langskomen. Ook op binnen de staten volgen de peilingen elkaar in hoog temp op. Hoe goed zijn die peilingen?


Een interessant verschil tussen Nederland en Amerika is dat in Nederland vrijwel uitsluitend via het Internet wordt gepeild, terwijl in de Verenigde Staten nog overwegend gebruik wordt gemaakt van de telefoon. Dat is misschien niet zo verbazingwekkend als je bedenkt dat in Amerika nog maar ongeveer 80% van de mensen toegang heeft tot Internet, terwijl dit in Nederland al ver boven de 90% ligt. En het zijn in Amerika vooral de arme mensen in de landelijke gebieden die geen Internet hebben. Dat maakt het Internet minder geschikt voor representatieve peilingen.

Commentaar

Peilen via de telefoon wordt in Nederland steeds problematischer. Pakweg 30% van de huishoudens met een vaste telefoon staat niet in het telefoonboek. En ook al die jonge mensen met alleen maar een mobiele telefoon staan er meestal niet in. Dus het is lastig om een goede, representatieve steekproef te trekken.

Ook in Amerika hebben ze problemen met het peilen via de telefoon. Daarover stond op 19 september 2012 een interessant artikel in the New York Times. Er blijken twee soorten telefonische peilingen te zijn:

  • Robopolls. Hierbij wordt het interview met de respondent helemaal door de computer afgehandeld. De computer belt de personen op en stelt de vragen. Er komen geen 'echte' interviewers aan te pas. Deze geautomatiseerde systemen kunnen geen mobiele nummers bellen.
  • Traditionele CATI-interviews. Er zijn echte interviewers van vlees en bloed. In deze peilingen kunnen ook mobiele nummers worden gebeld.
In de New York Times worden beide soorten peilingen met elkaar vergeleken. Er blijken substantiƫle verschillen te zijn in de uitkomsten. Het resultaat van de analyse staan samengevat in de tabel hieronder (overgenomen uit de New York Times).

In peilingen zonder mobiele telefoon is de winstkans van Obama 61,1%. De kans dat hij de meerderheid van de stemmen krijgt, is 64,2%. En het verschil tussen Obama en Romney wordt op 1,5% geschat.

De cijfers worden heel anders als er ook mobieltjes in de peiling zitten. Dan gaan de winstkansen van Obama aanzienlijk omhoog naar waarden boven de 80%. En het verschil met Romney wordt ook groter (4,1%).

De verklaring van deze verschillen is dat er in ongeveer een derde van de Amerikaanse huishouden geen vast telefoon meer is. De leden gebruiken allemaal mobieltjes. Uit onderzoek is bleken dat hier vooral om mensen gaat met lage inkomens, financiƫle problemen, slechtere gezondheid, geen ziektekostenverzekering, en meer alcoholproblemen. Dit zijn typisch bevolkingsgroepen waarin Obama veel aanhang heeft.

Kortom, peilen blijft lastig.